49 stappen op weg naar de berg Sinai

To view the site in English click here.

De 49- meditaties die te beluisteren zijn, behoren bij het boek: 49 stappen op weg naar de berg Sinai.
Dagelijkse meditaties voor de Omertijd. Zij zijn bedoeld als ondersteuning van het boek. De luisteraar heeft het boek nodig om een beter begrip te hebben van en inzicht te verwerven over het hoe en waarom van deze meditaties. Het boek is te bestellen door een mailtje te sturen naar tzeitl@planet.nl. De prijs van het boek inclusief verzendkosten binnen Nederland is EUR 32,50. Over te maken op: IBAN rekeningnummer: NL 79 RABO 0135 4503 06 t.n.v. G. Locher
Binnen enkele dagen nadat het benodigde bedrag is over gemaakt heeft u het boek in huis.

Het boek gaat over de periode tussen Pesach en Sjavoe'ot die de Omertijd genoemd wordt. Het is de tijd waarin Joden is opgedragen 49 dagen lang de Omer te tellen. Deze opdracht staat in de Torah opgetekend:vanaf de tweede dag Pesach wanneer het nacht geworden is moeten jullie de Omer tellen zeven weken achtereen . (Wajikra/Leviticus 23:15-16) Gedurende deze periode worden zij, ook volgens de Torah, geacht zich voor te bereiden op het ontvangen van de 10 woorden, in de volksmond, ook wel de 10 geboden genoemd. De voorbereiding betreft een innerlijke verdieping en reiniging. De 49 meditaties in dit boek zijn bedoeld het proces van verdieping en reiniging te ondersteunen. De meditaties zijn gebaseerd op de schrijfsters kennis van de Kabbalah  Joodse Mystieke leer.

De meditaties

Chesed: De eerste week van de Omertelling (blz 39)
01e meditatie Chesed sjeb chesed
02e meditatie Gevoerah sjeb chesed
03e meditatie Tiferet sjeb chesed
04e meditatie Netsach sjeb chesed
05e meditatie Hod sjeb chesed
06e meditatie Yesod sjeb chesed
07e meditatie Malchoet sjeb chesed
Gevoerah: De tweede week van de Omertelling (blz 69)
08e meditatie Chesed sjeb gevoerah
09e meditatie Gevoerah sjeb gevoerah
10e meditatie Tiferet sjeb gevoerah
11e meditatie Netsach sjeb gevoerah
12e meditatie Hod sjeb gevoerah
13e meditatie Yesod sjeb gevoerah
14e meditatie Malchoet sjeb gevoerah
Tiferet: De derde week van de Omertelling (blz 99)
15e meditatie Chesed sjeb tiferet
16e Meditatie Gevoerah sjeb tiferet
17e meditatie Tiferet sjeb tiferet
18e meditatie Netsach sjeb tiferet
19e meditatie Hod sjeb tiferet
20e meditatie Yesod sjeb tiferet
21e meditatie Malchoet sjeb tiferet
Netsach: De vierde week van de Omertelling (blz 129)
22e meditatie Chesed sjeb netsach
23e meditatie Gevoerah sjeb netsach
24e meditatie Tiferet sjeb netsach
25e meditatie Netsach sjeb netsach
26e meditatie Hod sjeb netsach
27e meditatie Yesod sjeb netsach
28e meditatie Malchoet sjeb netsach
Hod: De vijfde week van de Omertelling (blz 157)
29e meditatie Chesed sjeb hod
30e meditatie Gevoerah sjeb hod
31e meditatie Tiferet sjeb hod
32e meditatie Netsach sjeb hod
33e meditatie Hod sjeb hod
34e meditatie Yesod sjeb hod
35e meditatie Malchoet sjeb hod
Yesod: De zesde week van de Omertelling (blz 188)
36e meditatie Chesed sjeb yesod
37e meditatie Gevoerah sjeb yesod
38e meditatie Tiferet sjeb yesod
39e meditatie Netsach sjeb yesod
40e meditatie Hod sjeb yesod
41e meditatie Yesod sjeb yesod
42e meditatie Malchoet sjeb yesod
Malchoet: De zevende week van de Omertellingz (blz 215)
43e meditatie Chesed sjeb malchoet
44e meditatie Gevoerah sjeb malchoet
45e meditatie Tiferet sjeb malchoet
46e meditatie Netsach sjeb malchoet
47e meditatie Hod sjeb malchoet
48e meditatie Yesod sjeb malchoet
49e meditatie Malchoet sjeb malchoet

Onze voorvaders en voormoeders

Onze voorvaders en voormoeders op de levensboom
Avraham wordt in de Joodse traditie gezien als een toonbeeld voor de Sefirah: Chesed en als wachter voor de Poort van Mededogen en Onvoorwaardelijke Liefde. Denk daarbij aan de liefdevolle gastvrijheid die hij toonde voor wie op zijn pad kwam (Beresjiet/Genesis 18: 1-20) en aan de onderhandelingen die hij voerde met G*d toen hij probeerde de inwoners van Sodom en Gemorrah te redden. (ibidem 18: 20-33,) Hij leefde vanuit een overvloed aan liefde.

Yitschak wordt gezien als een toonbeeld van de Sefirah: Gevoerah en als wachter voor de Poort van Kracht, Oordeel en Gerechtigheid. Denk daarbij aan zijn bereidheid zich op het altaar te laten vastbinden. Hij was toen volgens de joodse traditie een man van 37 jaar. Hij had een heilig ontzag voor Adonai en deed wat G*d van hem vroeg met de moed en de kracht die hij in zich voelde. (Beresjiet/Genesis 22, 6-11)

Ya'acov wordt als IsraŽl gezien als een toonbeeld van de Sefirah: Tiferet en als wachter voor de Poort van Schoonheid, Harmonie en Evenwicht. Denk daarbij aan de worsteling die hij had met zijn engel en waarbij hij niet het onderspit delfde. Hierna kreeg hij de naam IsraŽl. (Beresjiet/Genesis 32: 25-30) Zijn naam Ya'acov die met bedrog' geassocieerd wordt transformeerde in: IsraŽl, een naam die met rechtschapenheid' geassocieerd wordt. (Scherman, 1997, blz 77) Al waren er vele momenten in zijn leven waarin hij van zijn kinderen bij Rachel meer leek te houden dan van zijn kinderen bij Lea, op zijn sterfbed bracht hij harmonie aan toen hij al zijn kinderen een zegen mee gaf, hoewel dat op het eerste gezicht misschien niet zo lijkt. (Beresjiet/Genesis 49: 1-33).

Mosjé wordt gezien als een toonbeeld van de Sefirah: Netsach en als wachter voor de Poort van Voortduring, Volharding en Victorie. Soms tegen wil en dank heeft hij de nakomelingen van IsraŽl het land Mitsrayiem uitgeleid. Hij heeft 40 jaar lang in de woestijn niet aflatend zijn best gedaan er te zijn voor hen. (Sjemot/Exodus 3: 4-18)

A'aron wordt gezien als een toonbeeld van de Sefirah: Hod en als wachter voor de Poort van Glorie en Glans. Hij was degene die de lichten van de menorah in de Tent der Samenkomsten brandende moest houden opdat er altijd licht naar buiten straalde. Hij was als Hogepriester gekleed in glorierijke en glansrijke kleding die volgens Torah voorschriften gemaakt waren. (Sjemot/Exodus 1 t/m 40)

Joseef wordt gezien als een toonbeeld van de Sefirah Yesod en als wachter voor de Poort van het Fundament, de basis onder ons bestaan en van Creativiteit. Denk aan hoe hij de basis legde voor een veilig bestaan voor zijn vader en broers in het land Chosjen. Hij had veel lessen te leren, moest zelfs afdalen tot diep in de gevangenis van Mitsrayiem om zijn aanvankelijke hoogmoed te overwinnen. Hij bleef ook in Mitsrayiem trouw aan de G*d van zijn Voorvaderen. Hij ontwikkelde een groot gevoel voor rechtvaardigheid . Mede door zijn praktisch inzicht verzamelde hij voldoende eten voor de bewoners van het land .Hij wordt wel: de Verzamelaar, genoemd. Hij verzamelde om uit te kunnen delen. (Beresjiet/Genesis 39-42)

David, koning en psalmenzanger wordt gezien als een toonbeeld van de Sefirah Malchoet en als wachter voor de Poort van Koningschap en Dienstbaarheid. Hij was de eerste gezalfde koning van de (nakomelingen) van de Kinderen van IsraŽl. Met zijn psalmenzang en harpspel bracht hij zegeningen in de wereld. (1 Samuel 16: 12-14)

Zoals in de Torah te lezen valt zijn deze voorvaderlijke figuren niet alleen begenadigd met eigenschappen die hen tot toonbeelden maakten. Zij allen zijn net als wij menselijk gebleven en hebben vele innerlijke strijden moeten voeren, hebben onzekerheden gekend en hebben in onze ogen soms onbegrijpelijke keuzes gemaakt. Wat hen tot toonbeeld maakt is dat zij uiteindelijk verantwoordelijkheid hebben genomen voor hun gedrag én gedaan hebben wat G*d van hen vroeg. Zij allen hebben voor de hele mensheid deuren geopend naar het G*ddelijke.

Miriam wordt gezien als toonbeeld van de Sefirah: Chesed en als wachter voor de Poort van Mededogen en Onvoorwaardelijke Liefde. Denk bijvoorbeeld aan het mededogen en de liefde die zij aan de dag legde voor haar baby broertje Mosjé, toen hij in zijn rieten mandje de rivier af dreef en zij zich tussen het riet verborg om te zien wat er ging gebeuren. (Sjemot/Exodus 2:4)

Huldah de profetes wordt gezien als toonbeeld van de Sefirah: Gevoerah en als wachter voor de Poort van Kracht, Oordeel en Gerechtigheid. Zij sprak recht en toonde degenen die bij haar kwamen dat zowel daadkracht als nalatigheid gevolgen hebben en dat (de hand van) G*d deze beloont dan wel afstraft. (II Kings 22: 14) Ook Lea, de oudste dochter van Lavan (Beresjiet/Genesis 29: 16) hoort bij deze Sefirah. Niet aflatend streefde zij naar een rechtvaardige plaats in het leven van Ya'acov en probeerde zij de Rechtvaardigheid van G*d in haar leven te ontdekken. Dinah, de dochter van Lea en Ya'acov en wiens naam volgens Rashi (Scherman, The Chumash, 1996, blz.157) verbonden is met Din wordt daarom ook wel gezien als wachter voor de Poort van Gevoerah. Din betekent G*ddelijk Oordeel en is een andere naam voor Gevoerah.

Sjifrah en Poe'ah, beiden vroedvrouwen, worden gezien als toonbeelden van de Sefirah: Tiferet en als wachters voor de Poort van Schoonheid, Harmonie en Evenwicht. Zij dachten er niet over de jongetjes die zij op de wereld hielpen komen, te doden. Zij brachten zo harmonie en evenwicht in het bestaan van de nakomelingen van IsraŽl. (Sjemot/Exodus 1: 17)

Rivkah, de vrouw van Yitschak, wordt gezien als toonbeeld van de Sefirah: Netsach en als wachter voor de Poort van Voortduring, Volharding en Victorie. Denk bijvoorbeeld aan de volharding die zij ten toon spreidde toen ze er bij Ya'acov op aan drong om het eerst geboorterecht op te eisen. (Beresjiet/Genesis 27: 5-14) en de vaderlijke zegen.

Sarah wordt gezien als toonbeeld van de Sefirah: Hod en wachter voor de Poort van Glorie en Glans. Denk daarbij aan de Glorie en Glans die gedurende haar hele leven om haar heen hebben gehangen, ook met het klimmen der jaren. (Beresjiet/Genesis 12: 11)

Tsipporah, de vrouw van Mosjé , wordt gezien als toonbeeld van Yesod en als wachter voor de Poort van Fundament en Creativiteit. Zij hoedde samen met haar zes zussen de kudde van haar vader Yitro, zorgde dat de dieren veilig waren . (Sjemot/Exodus 2: 16) Zij redde het leven van haar man en hun jongste zoontje door deze laatste te besnijden, iets wat zijn vader vergeten was te doen. (Sjemot/Exodus 4: 24-27)

Ester wordt gezien als toonbeeld van de Sefirah: Malchoet en als wachter voor de Poort van Koningschap en Dienstbaarheid. Denk daarbij hoe zij haar leven in de waagschaal legde om het lot van de Joden in PerziŽ gunstig te beÔnvloeden. (Hillesum, 1902)

Beer-sheva

Waarom Beer-sheva
De naam Beer-sheva wordt op 20 verschillende plaatsen in de Tanach - Bijbel genoemd:

In B'resjiet  Genesis afgekort (Gn): 21:14, in 21:31, in 22:19, 26:23 en 33, in 28:10 en ook in 46:1.

In Joshu'a 15:28 en 19:2, in Richteren 20:1, in I Samuel 8:2, in II Samuel 17:11 en 24:2,15.

In I Koningen 5:5 en 19:3, in Amos 5:5 en 8:14 en tenslotte in II Kronieken 19:4 en 30:5.

De naam Beer-sheva is te vertalen als: De zeven- bronnen en/of als: de bron waarbij een eed is afgesloten. (Zie Gn. 21:19 en Gn. 21:30)

Voor mij, de schrijfster van het boek: 49 stappen op weg naar de berg SinaÔ, verwijst de naam Beer-sheva met name naar de 7 onderste Sefirot van de Levensboom, die op 7 verschillende manieren G*ddelijke inspiratie ontvangen kunnen. Waarbij het woord Beer  Bron een verwijzing naar G*d zelf is, Die een Bron van levenskracht kan zijn voor een ieder die daarnaar opzoek is.

Hieronder volgen de vindplaatsen van Beer-sjeva in Genesis. Wanneer de naam: Beer-sheva voor het eerst wordt genoemd in Gn. 21:14 lezen we: Avraham staat vroeg in de morgen op, neemt brood en een zak water, geeft dit aan Hagar (de vrouw bij wie hij zijn zoon Ishmael verwekt heeft), legt zowel het brood als de zak met water op één van haar schouders en zendt haar en de jongen weg. Zij vertrekt en dwaalt door de woestijn van Beer-sheva

(Uit de verdere lotgevallen blijkt dat Hagar zo in zichzelf en haar ellende is gekeerd, dat ze wel de woestijn ziet maar niet de bron. Als het water uit de zak leeg is legt zij haar zoon onder een boom en gaat zelf een aantal boogschoten van hem af zitten om niet te zien hoe het kind zijn dood tegemoet gaat. G*d hoort zowel het schreeuwen van de jongen als van haar en in vers 21: 19 lezen we dat G*d haar de ogen opent voor de bron. Zo blijven de jongen en zijn moeder in leven.

Ik denk dat voor een ieder van ons er momenten in het leven zijn dat je het gevoel hebt te dwalen in een woestijn en je geen uitweg meer ziet. Ook kan het zijn dat je geen ontwikkeling of groei meer meent door te maken, dat je droogte en leegte ervaart in je bestaan, maar. woestijn en bron zijn 2 kanten van dezelfde medaille. Je hebt je: Schreeuw om hulp nodig', nodig. Oftewel erkenning van je eigen nood. Pas dan kun je hulp verwachten van een innerlijke stem, de stem van je ziel, de stem van een medemens of de stem het G*d die je zegt: Open je ogen, de bron met levenskrachtig water is nabij. Vergeet dan niet je waterzak te vullen en eruit te drinken )!

2e In Gn. 21:30 lezen we: Hij (Avraham) antwoordt AvimÍlÍch omdat ik je 7 ooien heb gegeven en jij ze hebt aangenomen zijn zij mijn getuigenis dat ik deze bron geslagen heb (en niet jouw arbeiders). Daarom werd de plaats de bron van 7 genoemd, omdat zij beiden een eed hadden afgelegd. Op deze manier sloten zij een verbond bij Beer-sheva

3e In Gn. 21:33 lezen we: Hij (Avraham) plantte een boomgaard in Beer-sheva en daar riep hij de naam: Adonai, G*d, Van Tijd en Ruimte aan.

4e In Gn. 22:19 lezen we: Vlak nadat bleek dat Avraham niet zijn zoon Yitschak, maar een ram mocht offeren (22:13), keerde Avraham terug naar zijn knechten, zij stonden op en tezamen gingen zij naar Beer-sheva en Avraham bleef in Beer-sheva.

5e In Gn. 26:23  26 lezen we: Vandaar trok hij (Yischak) op naar Beer-sheva. Adonai verscheen aan hem die nacht en zei: Ik Ben de G*d van je vader Avraham: Wees niet bevreesd, want Ik Ben bij je en zal je zegenen en je nageslacht vermeerderen omwille van mijn dienaar Avraham. Daar bouwde hij een altaar en riep de naam Adonai aan; hij zette er zijn tent op en zijn knechten sloegen er een bron.

(Tussen de knechten van Yitschak en Avimelech is er voortdurend strijd over de bronnen. Aan wie behoren ze toe? Aan Avimelech op wiens land Yitschak en de zijnen zich bevinden of aan Yitschak wiens knechten de bronnen slaan. Uiteindelijk erkennen Avimelech en zijn vrienden dat Yitschak en de zijnen door Adonai gezegend zijn en dat aan hen de bronnen toe behoren. Om dit te bezegelen houden ze een feest waarbij gegeten en gedronken wordt).

6e In Gn.26: 31-34 lezen we: Vroeg in de morgen stonden ze op en legden een eed af. Toen nam Yitschak afscheid van hen en zij vertrokken in vrede. Het gebeurde op dezelfde dag dat de knechten van Yitschak kwamen en hem vertelden over de bron die ze hebben gegraven: We hebben water gevonden! Toen gaf hij de de bron de naam: Sjiv'ah (hetgeen zowel een verwijzing is naar het getal 7 als naar het afleggen van een eed). Tot op de dag van vandaag is de naam van de stad Beer-sheva.

7e In Gn. 28:10 lezen we: Ya'acov verlaat (nadat hij van zijn broer het eerst geboorte recht heeft ontfutseld en van zijn bijna blinde vader Yitschak de zegen voor de eerstgeborene) Beer-sjeva en gaat richting Charan.

(Omdat Ya'acovs vertrek uit Beer-sjeva zo expliciet vermeld wordt leggen de rabbijnen dit uit als een gemis voor de stad Beer-sjeva (nota bene het kan ook een gemis zijn voor Ya'acov die vanaf dat moment tot deze bron geen toegang meer heeft, maar zoals de tekst vervolgt, zijn eigen toegang krijgt namelijk door middel van droombeelden/ nachtelijke visioenen: Zie Gn. 28: 11 en verder).

8e In Gn. 46:1 lezen we: Israel ging op weg met al zijn have en kwam aan in Beer-sheva waar hij offerdieren slachtte voor de G*d van zijn vader Yitschak . G*d sprak tot hem in nachtelijke visioenen. Hij sprak: Ik Ben G*d - de G*d van je vader. Wees niet bang om af te dalen naar Egypte, want Ik zal je daar tot een groot volk maken. Ik zal met jou afdalen naar Egypte en ik zal je ook weer doen opgaan en Joseef zal zijn hand op je ogen leggen. (als je gestorven bent)

8e Gn. 46:5 .toen verliet Ya'acov Beer-sheva..

Alle bovengenoemde momenten in Beer-sheva zijn cruciale in het leven van de betrokkenen. In Beer-sheva werden in Bijbelse tijden de ogen geopend/ of G*d's stem gehoord. Werd rust gebracht door de boodschap die opklonk/ doorklonk in het hart en hoofd van de luisteraar, hetgeen leidde tot een volgende stap..Niet alleen in Bijbelse tijden, maar ook heden ten dage, kan een innerlijke stem gehoord worden die je zegt: vrees niet, of: dit hoef je niet te doen, of: ga op wegDeze stem kan mijns inziens alleen gehoord worden als je de rust en de afstand neemt om te luisteren en je gericht bent op het vinden van vragen en antwoorden die de Bron van je leven in je hoofd en hart heeft gelegd, in jouw innerlijk Beer-sheva

Voor een historisch overzicht van de stad Beer-sheva verwijs ik de lezer/luisteraar naar Google: beer-sheva city en dan naar www.chabad.org The Holy cities of Israel en Wikipedia voor een eigentijds beeld van de huidige stad Beer-sheva (en één van haar zeven satelliet steden: Omer)!

Wat betreft het woord: Omer, dit wordt slechts 2 maal genoemd in de bijbel: in Wayikra- Leviticus 23:9 en 23: 15 zoals in mijn boek: 49 stappen op weg naar de Berg Sinai al staat vermeld.

De Boom der Kennis

Over de Boom der Kennis
Over de Boom der Kennis wordt in de Torah gesproken in B'resjiet/Genesis (Gn) 2: 9,17.

Over de Levensboom wordt gesproken in B'resjiet/Genesis 2:9 én in Gn. 3: 22,24

Gn. 2:8 Adonai G*d legde een tuin in Eden aan, in het oosten en Hij plaatste daar de mens die hij gemaakt had.(manlijk en vrouwelijk) In Gn. 2:9 lezen we: Adonai G*d liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen en (waarvan de vruchten) lekker om te eten waren. De Levensboom -Ets Hachayiem stond in het midden van de tuin én de Boom der Kennis van Goed en Kwaad.

Gn. 2:15 Adonai G*d bracht de mens (de man!) in de tuin van Eden om die te bewerken en erover te waken. (2:16) Hij hield hem het volgende voor: van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad, wanneer je daarvan eet zul je voorzeker sterven.

{In Gn. 2:22 staat (pas) geschreven dat Hij (G*d Adonai) uit de rib van de man de vrouw maakte. (dus zij had het verbod om van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad te eten niet van Adonai G*d te horen gekregen maar kennelijk wel van Adam zoals blijkt uit de tekst Gn.3:30)}.

Gn. 3: 22,24 toen dacht Adonai G*d: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil Ik voorkomen dat hij ook de vruchten van de Levensboom plukt, want zou hij die eten dan zou hij (hier op aarde) eeuwig leven.